Search

Een bijzondere pandjeshuis eigenaar – Stoney Jack

Tegenwoordig zie je in TV-series over pawn shops allerlei vreemde vogels voorbij komen en ook de eigenaren van pandjeshuizen zijn af en toe erg kleurrijk. Allerlei verhalen komen boven tafel en de meest vreemde dingen worden aangeboden. Ook uit het verleden zijn er interessante verhalen over pandjeshuizen, zoals bijvoorbeeld het verhaal van Stoney Jack. Dit was de bijnaam van een pandjeshuis eigenaar met de naam George Fabian Lawrence die tussen 1895 en 1939 in Londen werkte.

Waardevolle spullen naar het pandjeshuis
Elke zaterdag opende hij z’n winkel en wachtte tot de arbeiders van de stad langskwamen met van alles wat ze tijdens hun werk vonden. In die jaren werd er erg druk gebouwd in Londen en tijdens het uitgraven van funderingen, het graven van tunnels en het uitdiepen van waterwegen kwam er van alles uit de grond, Romeinse afgodsbeeldjes, juwelen uit de middeleeuwen en zelfs prehistorische spullen. Stoney Jack stond bekend als iemand die alles kocht waar hij dacht dat hij geld aan kon verdienen en zelfs als het niets waard was kregen de aanbieders vaak nog wat geld voor bier. De arbeiders verkochten dus graag aan hem, ook omdat hij bekend stond als een eerlijk zakenman, wanneer hij zeldzame vondsten voor veel geld kon verkopen kreeg de vinder achteraf nog een extra bonus. De landeigenaren zelf zagen hem wat minder graag, wettelijk gezien hadden zij ook recht op een deel van hetgeen op hun land werd gevonden maar de meeste waardevolle spullen verdwenen in de zakken van de arbeiders.

Van pandjeshuis naar museum
Wanneer Stoney Jack niet in z’n winkel aanwezig was liep hij veel langs de verschillende werkzaamheden langs en vertelde arbeiders waar hij naar op zoek was, ook had hij geld op zak om direct spullen te kopen als er iets interessants was gevonden. Waarschijnlijk kocht hij ook in schimmige deals allerlei – illegaal – gevonden spullen, ook van plekken met een archeologisch belang. Musea waren aan de ene kant niet zo heel blij met hem omdat hij alles opkocht en ze het weer van hem moesten kopen voor een hogere prijs maar ze konden niet om hem heen, hij was de persoon die je moest hebben wanneer je aparte spullen wilde krijgen om tentoon te stellen. Verschillende musea hadden dan ook een afspraak met hem dat hij met bijzondere items bij ze kwam en kreeg bij een paar dan ook een officiële functie.

Cheapside Hoard
De meeste bekendheid kreeg Stoney Jack door het kopen en verkopen van de Cheapside schat ofwel de Cheapside Hoard. Een paar werklieden die bij de aanleg van een spoorlijn werkten kwamen de pawn shop binnenlopen met een grote klomp met klei waar wat goud doorheen blonk, ook lieten ze weten dat er nog meer was te vinden. Uiteindelijk werden er op die plek honderden waardevolle sieraden gevonden, soms met edelstenen. De schat is mogelijk tijdens de burgeroorlog tussen 1642 en 1651 verstopt, misschien door een juwelier die tijdens de oorlog is omgekomen. Cheapside stond wel bekend om zijn vele juweliers in die tijd. De complete schat is verkocht aan het Museum of London, het is alleen niet bekend voor hoeveel. Ook is het niet duidelijk hoeveel de vinders er uiteindelijk voor hebben gekregen van Stoney Jack.

Gedurende zijn loopbaan als pandjeshuis eigenaar heeft Stoney Jack meer dan 15.000 items aan verschillende musea verkocht en wellicht zijn er kostbaarheden naar andere kopers gegaan. Omdat Stoney Jack altijd geheimzinnig deed over de vindplaatsen en niet bekend is wat hij allemaal heeft gekocht en verkocht kan het zijn dat particuliere verzamelaars met historisch belangrijke spullen aan de haal zijn gegaan. Waarschijnlijk zat daar niet zo’n vondst bij als de Cheapside Hoard.

Related posts

Leave a Comment